|
Wiilem Ruys kiest voor de partenrederij waarbij hij zelf één achtste aandeel in het schip neemt. De financiers krijgen een deel van de opbrengst naar evenredigheid van de inbreng. De reder krijgt daarnaast een percentage voor zijn werkzaamheden als administrateur.
In 1843 heeft Willem Ruys al vier schepen onder zijn beheer. Zijn zeilschepen varen meestal naar Nederlands Indië, een reis van ca. 1 jaar. Hij haalt koffie, thee, rubber en suiker voor de Nederlandse Handels Maatschappij (NHM) uit Indië en brengt Europeesche produkten naar Nederlanders die in Indië verblijven. Dit levert hem extra inkomsten op.
Naast Nederlands Indië varen de schepen van Willem Ruys ook naar China en Singapore als naar havens in Chili en Peru. In 1853 heeft Willem al 13 schepen en is hij na de Rotterdammers Anthony van Hoboken en Vlierboom de derde reder van Nederland.
Willem Ruys krijgt drie zonen waarvan Willem jr. in 1861 op 23 jarige leeftijd in de zaak als firmant komt. Willem Ruys sr. besluit in 1867 op 58 jarige leeftijd zich terug te trekken uit de zaak en verhuist van het “rijke lui’s” Haringvliet naar de Willemskade in het Nieuwe Werk het huidige Scheepvaart kwartier. In 1873 verhuist hij uit de drukke werkstad Rotterdam naar het rustige Den Haag waar hij in 1889 overlijd.
Stoomschip Ariadne In de periode 1860 - 1880 neemt de Nederlandse zeilscheepvaart sterk in betekenis af. Willem Ruys jr. ziet dit en besluit al snel dat het bedrijf moet overgaan op stoomvaart. In 1869 koopt Willem Ruys jr. zijn eerste stoomschip de “Ariadne”. Het schip wordt gefinancierd door zijn nieuwe bankier Marten Mees. Dit is ook een begin tussen een goede zakelijke en vriendschappelijke band tussen de twee. Het schip de Ariadne vaart in 1872, het jaar van de opening van de Nieuwe Waterweg, als eerste Nederlands stoomschip voor de firma Plate Reuchlin & Co, de voorloper van de Holland Amerika Lijn (HAL) totdat deze firma zelf over stoomschepen beschikt.
|