|
De familie De Monchy is een familie die tot de Rotterdamse elite gerekend mag worden. De familie vervult een belangrijke rol in de ontwikkeling van de haven van Rotterdam door dat ze zich met hun bedrijf Pakhuismeesteren specialiseren in de opslag goederen. Dit bedrijf groeit en fuseert uiteindelijk in 1999 van Pakhoed tot het beursgenoteerde VOPAK. Verder vervullen de leden de familie veel openbare bestuurlijke functies en maken ze deel uit van diverse Rotterdamse economische, maatschappelijke en culturele organisaties.
De Monchy vestigt zich in Rotterdam In 1731 vestigde de familie de Monchy zich in Rotterdam waar zij de brouwerij “De Twee leeuwen” hebben gekocht. De brouwerij draait goed en De Monchy neemt een steeds belangrijkere plaats binnen de Rotterdamse elite. Michiel Marines de Mochy (1759-1818) is gemeenteraadslid en wordt burgemeester van Rotterdam.
Engel Pieter de Monchy Engel Pieter is zijn zoon en komt in 1816 in het bedrijf samen met zijn broer Salomon. Lang blijft Engel Pieter niet in het bedrijf. In 1820 laat hij zich uit kopen. Zijn broer gaat samen met enkele partners verder.
Pakhuismeesteren Wanneer hun vader overlijdt in 1818 erft Engel Pieter de Monchy een pakhuis met zolders. Hij erft deze op het goede moment omdat door sterfte een Pakhuismeester ophoud te bestaan. Hierdoor is er in 1818 vraag naar nieuwe opslag en verwerking van thee. Bovendien waren goede pakhuizen met droge zolders schaars in de Maasstad.
De thee aanvoer wordt gedomineerd door Amerikaanse handelshuizen die niet over pakhuizen in Amsterdam en Rotterdam beschikken. Op aandringen van de Amerikaanse handelshuizen neemt Engel Pieter de Monchy de werkzaamheden van Pakhuismeesteren van de thee in Rotterdam over. Naast De Monchy zijn er in 1820 nog twee andere Pakhuismeesteren.
In 1824 richt Koning Willem I de Nederlandse Handels Maatschappij (NHM) op. Belangrijke reders voor de NHM zijn de Rotterdamse havenbaronnen Anthony van Hoboken en Willem Ruys. De NHM is er groot genoeg voor maar besteed de de opslag van thee echter uit aan Pakhuismeesteren omdat zij een uitstekende reputatie hebben opgebouwd. In 1834 bezit Engel Pieter de Monchy diverse pakhuizen in Rotterdam.
Michiel Marinus de Monchy In 1843 wordt zijn zoon Michiel Marinus de Monchy (1820-1898) firmant, zijn andere zoon Salomon Jean Rene (1824-1917) wordt in 1851 firmant bij Pakhuismeesteren. De toevoeging thee vedwijnt in 1850 als Pakhuismeesteren ook andere artikelen zoals rijst gaat opslaan.
Engel Pieter de Monchy trekt zich in 1850 terug uit Pakhuismeesteren omdat hij wordt gevraagd als president van de NHM. Hij houdt deze functie tot 1874. In 1883 overlijdt hij.
Door de komst van stoomschepen die sneller en meer kunnen vervoeren dan zeilschepen neemt de behoefte aan opslagruimte sterk toe. De vemen (pakhuizen) worden steeds meer op Zuid met name in aan de Wilhelminakade en de Rijnhaven gebouwd. De Monchy laat hier ook voor Pakhuismeesteren vemen bouwen.
Opslag van olie Beide zonen spelen snel in op nieuwe ontwikkelingen. Pakhuismeesteren biedt als eerste bedrijf de opslag van olie aan al één jaar nadat deze in 1862 in Amerika naar de oppervlakte is gebracht. Vanwege brand gevaar gebeurd dit buiten de stad in Feyenoord waar pakhuismeesteren zelf loodsen bouwd. De opslag van olie levert al snel meer winst dan de opslag van thee. In 1877 verhuist het bedrijf naar Charlois.
Ontwikkeling na 1930 In 1935 verhuist Pakhoedmeesteren naar Pernis. Bij het bombardement op Rotterdam in 1940 worden bijna alle opslag tanks verwoest. Maar na de oorlog loopt de opbouw weer voorspoedig.
In 1956 wordt begonnen met de bouw in de botlek.
In 1967 fuseert Pakhuismeesteren met Blauwhoed (ook een opslag bedrijf) de nieuwe naam voor het bedrijf wordt Pakhoed.
In 1999 fuseert het Rotterdamse Pakhoed met een ander Rotterdams bedrijf, het tanktransport bedrijf van de havenbaron Philippus van Ommeren. De nieuwe naam van het bedrijf wordt VOPAK. (Van Ommeren Pakhoed)
|