|
Jeugd Lodewijk Pincoffs kwam uit een goed gesitueerd commercieel joods milieu. In zijn jeugd zat hij op privescholen in Rotterdam en een handelsschool in Duitsland en deed hij praktijk op bij het bedrijf van zijn broer in Engeland en Antwerpen. In 1849 wordt hij firmant in het samen met zijn zwager opgerichte firma Kerkdijk & Pincoffs. Het bedrijf richt zich op de handel met Afrika. In 1851 trouwt hij met Esther Raphael en uit dit huwlijk worden drie zoons geboren.
Politieke ambities Naast commerciële ambities heeft Pincoffs ook politieke ambities. In 1856 wordt hij op 28 jarige leeftijd als lid van de Gemeenteraad van Rotterdam gekozen. Twee jaar later in 1858 wordt hij lid van de Provinciale Staten van Zuid Holland.
Rotterdamse zaken In 1869 als het economische klimaat mee zit richt hij met enkele belangrijke Rotterdammers waaronder burgemeester J. van Vollenhoven de Afrikaansche Handelsvereniging N.V. op. Ook werkte hij mee aan de oprichting van de Rotterdamsche Bank, de Holland Amerikalijn, de Nederlandsch-Indische Gasmaatschappij en de vestiging van Heinekens Bierbrouwerij in Rotterdam. Hij raakt zakelijk als prive bevriend met Martin Mees
Rotterdamsche Handels Vereeniging Omdat Pincoffs veel verwachtte van de Rotterdamse haven richtte hij 1872 de Rotterdamsche Handelsvereniging N.V. (RHV) op. Het start kapitaal van 15 miljoen gulden was in die tijd een gigantisch bedrag. Hij vestigde zich met de RHV op nog niet eerder door het bedrijfsleven betreedde Linker Maasoever waarmee de ontwikkeling van Rotterdam zuid een impuls kreeg.
Lid Eerste Kamer In 1872 werd Pincoffs ook lid van de Eerste kamer en hij werd twee keer gevraagd al Minister van Financiën wat hij, achter af gezien maar goed is, afwijst.
Grootste boekhoudfraude Vanaf 1870 lopen de zaken in Pincoffs Afrikaanse bedrijf niet goed. Hij stelt de financiële cijfers rooskleuriger voor dan ze zijn waardoor er nieuw geld vanuit de Rotterdamsche Handels vereninging in de Afrikaanse zaak wordt gepomt. Ook worden er nieuwe schulden aangegaan. Pincoffs vraagt in 1877 Prins Hendrik op te treden als erevoorzitter van zijn Afrikaanse bedrijf. Pincoffs gebruikt om hem geld aan te laten trekken voor zijn inmiddels bijna failliette bedrijf. Als in 1879 het faillissement nadert klapt het Picoffs imperium en komen de vervalsingen in de boekhouding aan het licht. Picoffs vlucht naar New York en laat miljoenen schuld achter. Hij wordt veroordeeld tot 8 jaar gevangenis straf. De gemeente Rotterdam nam in 1882 voor 4 miljoen gulden de Rotterdamsche Handelsvereeniging NV over de aandeelhouders.
|