|
Leen van der Vlugt was de zoon van een Rotterdamse aannemer die in Kralingen aan de Avenue Concordia woonde. Van zijn 16e tot zijn 21e studeerde Leen van der Vlugt aan de Rotterdamse Academie van beeldende kunst en Technische wetenschappen. Hier werd hij onderwezen door de Rotterdamse architect Willem Kromhout bij wie hij na zijn studie ook voor korte tijd heeft gewerkt. Hierna volgde hij colleges aan de Technische Hogeschool in Delft.
In 1919 op 25 jarige leeftijd begint van der Vlugt een eigen architectenbureau. In 1920 wordt hij lid van de architectenvereniging de Opbouw waar hij Michiel Brinkman leert kennen. Samen met constructeur Jan Wiebenga realiseerd hij in 1923 de MTS in Groningen, het eerste gerealiseerde voorbeeld van de architectuur stijl Het Nieuwe Bouwen in Nederland.
Brinkman en Van der Vlugt In 1925 krijgt de cariere van Van der Vlugt een impuls als hij wordt gevraagt als opvolger van de overleden architect Michiel Brinkman. Het bureau gaat dan Brinkman en van der Vlugt heten. Het eerste project van dit bureau wordt de nieuwe Van Nellefabriek (1925- 1930). In deze opdracht kan Leen van der Vlugt al zijn ideeën over het Nieuwe Bouwen kwijt. De befaamde Franse archirect Le Corbusier noemde het gebouw “het mooiste schouwspel van de moderne tijd”.
Na de Van Nellefabriek ontwerpt Van der Vlugt de woonhuizen voor de directeur Van der Leeuw en van de twee onderdirecteuren De Bruyn en Sonneveld. Hij wordt bekend bij het grote publiek met het ontwerp van de grijze telefooncel die bijna 50 jaar in produktie was.
De ingebruik name van twee van zijn belangrijke ontwerpen, het Feyenoord stadion en het vliegveld Iepenburg maakt hij niet meer mee. Leen van der Vlugt overleed op 42 jarige leeftijd op het moment dat hij zojuist zijn zomerhuisje in Noordwijk in gebruik had genomen.
|