|
Het Nieuwe Bouwen Nieuwe zakelijkheid / Functionalisme
Hoogtepunt: ca. 1920 - 1940 Karakteristieken: gebruikte materialen zijn staal, glas en beton, uiterlijke kenmerken zijn platte daken, witgepleisterde gevels zonder ornamenten en licht, lucht en ruimte zijn zeer belangrijk.
Architecten: In Nederland vormen twee architecten verenigingen het brandpunt van het Nieuwe Bouwen. ‘De Opbouw’ in 1920 opgericht in Rotterdam en ‘De 8’ in 1927 opgericht in Amsterdam. Leden van De Opbouw waren de architecten J.J.P. Oud, Michiel Brinkman, L.C. van der Vlugt en Willem Kromhout en de meubelmaker W.H. Gispen. Toen in de tweede helft van van de jaren twintig o.a. Cor van Eesteren en Willem van Tijen toetraden werd de instelling van de vereniging meer gericht op het Nieuwe Bouwen. Zo moesten kandidaat-leden voortaan “de geestelijke stroming helpen te bevorderen zoals door de nieuwe zakelijkheid en het functionalisme worden uitgedrukt”.
Internationaal vonden architecten van Nieuwe Bouwen in het CIAM een uitlaatklep. In 1928 werd door twee zwitserse architecten Le Corbusier en Karl Moser het eerste Congres Internationaal d’Architecture Moderne georganiseerd. In Duitsland werkten architecten en kunstenaars samen in Bauhaus.
De architecten van het Nieuwe Bouwen wilde gebouwen ontwerpen waarbij de ruimte belangrijker was dan de massa. Lichte constructies met grote ramen waardoor binnen- en buitenruimte met elkaar verbonden werden. Licht, lucht en ruimte was belangrijk. dit sloot aan bij de ideeën over gezondheid die in progressieve kringen leefden. een mens had veel zonlicht en frisse lucht nodig om gezond te leven.
|